Wielrenmeisje Saskia: haar eerste trainingskoers

Niet gebonden zijn aan de openingstijden van een sportschool, lekker buiten zijn, samen op pad gaan en de mooiste plekken bezoeken… wielrennen heeft het allemaal! Mijn vriendin Saskia is sinds enkele maanden totaal verkocht aan de wielersport. Op haar sites wielrenmeisje.nl deelt ze haar nieuwe passie en geeft ze andere startende dames tips en tricks.

Wielrenmeisje Saskia vertelt over haar eerste trainingskoers:

Van een kennis had ik gehoord dat er een wielrenclub is met een clubparcours bij mij in de buurt. Ik ging eens googelen en kwam op de website van de club. Daar las ik dat de club toevallig aan het einde van de week, op een vrijdagavond in april, een introductieclinic organiseerde voor beginnende coureurs. Lucky me! Ik twijfelde geen moment en schreef mij in.

De vrijdag brak aan en ging ik op pad naar de wielrenclub. Daar werd ik samen met zo’n dertig andere newbees ontvangen in de clubkantine. Er waren behoorlijk wat mensen van de club, allemaal gekleed in dezelfde tenue met logo’s van sponsoren. Al snel raakte ik in gesprek met een jongen van de club. Hij vertelde me dat er op een trainingsavond met twee groepen wordt gekoerst: een A-groep en een B-groep.

“In de B-groep rijden amateurs een uur lang rondjes over het parcours. De snelheid is afhankelijk van de groep, maar je kunt uitgaan van een snelheid van ongeveer 35 tot 45 kilometer per uur. De A-groep bestaat uit ervaren amateurs en elite renners. De A-groep start eerder dan de B-groep en rijdt in het algemeen ook een stuk sneller en langer dan de B-groep. Bij sommige clubs is er ook een C-groep, waarin meestal beginners, oudere renners en vrouwen rijden.”

De introductieclinic begon met presentatie over bochten rijden. Omdat ik zelf best wat moeite had met het rijden van bochten en mij nog nooit in de theorie verdiept had, vond ik dit erg nuttig. Direct brachten we de theorie in de praktijk op het parcours. Het parcours heeft best wat bochten, waaronder een flinke haarspeldbocht. Het was fijn om daaraan te wennen onder begeleiding van de leden van de club en zonder wedstrijddruk.

De clinic ging daarna verder in de kantine met een presentatie over rijden in een peloton. Ik had nog nooit heel dicht op een wiel gereden of in een waaier gereden. Nu moest ik dit voor het eerst doen, en dat was best eng! Gelukkig wende het al snel. Ik merkte direct dat je behoorlijk wat energie kunt besparen en snelheid kunt winnen door de zuigkracht van het peloton. Dit was voor mij echt een eyeopener.

Na afloop kreeg ik een inschrijfformulier, dat ik thuis heb ingevuld en heb opgestuurd naar de club. Wat had ik veel geleerd! Het duizelde me wel een beetje van alle informatie. Op Strava stelde ik vast dat ik met een gemiddelde snelheid van 35 kilometer per uur over het parcours was geraasd. Ik was aangenaam verrast. Zo snel had ik nog nooit gefietst!

Wielrenmeisje Saskia: haar eerste trainingskoers

Een week later, op een koude dinsdagavond, was het eindelijk zo ver, mijn eerste trainingskoers. Ik werd gelukkig opgevangen door één van de clubleden in de clubkantine. Hij was voor die avond ingedeeld als mijn buddy. Hij vroeg of ik een transponder had. Toen ik zei dat ik niet wist wat dat was, legde hij uit dat een transponder een chip is, die je tijd registreert. Als ik wilde, kon ik die later nog aanschaffen. Verbaasd zag ik dat zich in de clubkantine een rij had gevormd van renners, die leidde naar een tafel met juryleden. Ik zag dat de renners een twee euro muntstuk inwisselden voor een nummer, die zij vervolgens op hun rug vast maakten met veiligheidsspelden. Nu begon ik echt zenuwachtig te worden.

“Dit had niemand mij verteld. Tijdregistratie, een jury, en rugnummers? Dit is toch geen serieuze wedstrijd?”

Mijn buddy en ik haalden onze rugnummers op, speldden die vast, vulden onze bidons met water en liepen naar buiten. Er was nog wat tijd om in te rijden op het parcours. Niet lang daarna galmde de stem van de jury over het parcours door de microfoon. “B-coureurs, A-coureurs, jongens, meisjes, we gaan beginnen…”

Alle renners verzamelden zich voor de start. Voordat ik het wist, rinkelde de bel en spurtte de A-groep al weg. Nu begon mijn hart echt sneller te bonzen. Mijn buddy riep naar me dat ik het beste voorin het peloton kon starten. Ik volgde zijn tip op en ging wat meer naar voren. Toen rinkelde de bel opnieuw, gevolgd door het geluid van schoenen die werden vast geklikt in pedalen. Ook de B-groep ging van start!

De snelheid lag direct hoog. Ik geloof dat we zeker harder dan 40 kilometer per uur reden. Ik gaf alles wat ik had en probeerde zo goed mogelijk in het wiel van degene voor mij te rijden. De stress was enorm. Links van me, rechts van me, achter me en voor me waren renners. Ik zag dat het peloton snoeihard de bocht inreed. Ook al vond ik het eng, ik had geen andere keuze dan de lijn van de renner voor mij te volgen en zijn snelheid aan te houden. Daardoor moest ik behoorlijk de bocht in leunen. Het ging goed en dat gaf een behoorlijke kick!

Ik had alleen niet lang de tijd om van mijn bochtenwerk te genieten, want na de bocht moest ik behoorlijk hard trappen om niet achter te raken. Er ontstond een gaatje, en er schoten links en rechts renners langs mij heen. Mijn buddy doemde naast me op en ging voor me rijden. “In mijn wiel!” brulde hij. Met een hoofd als een tomaat en mijn tong op mijn stuur reed ik een ronde achter mijn buddy aan. Langer hield ik het niet vol. Al snel werd de afstand tussen mij en het peloton groter, totdat ik alleen reed. Ik was gelost, zoals ze dat noemen. Dat voelde wel een beetje treurig, zo alleen op het parcours. Maar ik had geen tijd om me daar druk over te maken. Ik had namelijk wel iets anders aan mijn hoofd…

“Hoe kan ik straks weer aansluiten bij het peloton? Gewoon er naar toe fietsen als het peloton weer langs me fietst? Maar is dat geen regelrechte kamikaze?

Nadat ik ongeveer twee rondjes alleen had gereden met een snelheid van ongeveer 30 kilometer per uur, keek ik over mijn schouder. Ik zag dat het peloton met rasse schreden naderde. Ik versnelde en deed een schietgebedje. Toen fietste ik op goed geluk het peloton in. Wonder boven wonder wist ik zonder problemen in een wiel te haken. Dat viel ontzettend mee! Ik trapte de longen uit mijn lijf en probeerde zo lang mogelijk in het wiel voor me te blijven, maar na twee rondjes moest ik weer lossen. Ik zag dat mijn buddy zich ook had losgemaakt uit het peloton. Hij stak zijn duim naar op en riep: “Blijf in mijn wiel! We gaan bochten oefenen!” De rest van de trainingskoers reden we in een flink tempo met zijn tweeën over het parcours, ik in zijn wiel. Zodra het peloton langs reed, reden we weer een of twee rondjes mee, totdat ik weer moest lossen. Op een gegeven moment werd er met bordjes aangegeven dat er nog vijf rondjes moesten worden gereden. Volhouden…

De trainingskoers duurde iets uiteindelijk meer dan een uur. Na afloop was ik kapot. Volgens mijn hartslagmeter had ik een groot deel van de tijd in de rode zone gereden. Er is dus werk aan de winkel. Als ik echt wil meekomen, dan zal ik hard moeten werken aan mijn conditie. Ook zal ik moeten leren om technisch goed bochten te rijden en moeten durven om dichter op een wiel van een andere renner te rijden. Toch had ik een euforisch gevoel. Mijn eerste trainingskoers was een feit, en wat gaf het een kick om zo snel in een peloton te rijden!

Meer weten?

Wil je meer weten over wielrennen? Op wielrenmeisje.nl of op instagram (@wielrenmeisje) lees je alles over fietsen, sleutelen en poetsen, bochten maken..

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *